Om u te helpen bij de niet zo makkelijke taak om uw hond degelijk en diervriendelijk op te voeden, hebben wij enkele raadgevingen neergepend. Eerst wat algemene informatie over het gedrag van uw hond en hoe u hem het best beloont, gevolgd door enkele concrete tips voor de training. Tot slot schotelen we u enkele medische achtergronden voor die elke hondeneigenaar zou moeten kennen.
Nu u een hond hebt, is het belangrijk dat er een goede verstandhouding heerst tussen u en uw hond. De hond moet u niet alleen als zijn meerdere erkennen, maar het ook fijn vinden om bij u te zijn en dingen voor u te doen. Een angstrelatie tussen hond en baas is zeker af te keuren, maar een ‘gezonde schrik’, of met andere woorden ‘weten waar men aan toe is’, is bij de hond zeker een pluspunt.
Het verschil in gedrag bij mens en hond
Het verschil zit hoofdzakelijk in het andere uitgangspunt dat mens en hond hebben bij het bepalen van hun gedrag, met andere woorden hoe ze zullen reageren op een situatie waarin ze terechtkomen.
Bij de mens liggen de rede, het overleg en het vooruitplannen aan de basis van reactie en gedrag. Bij de mens is bepalend of iets als goed of minder goed overkomt, voordeel oplevert of niet, schaadt of niet. De hond heeft die overlegmogelijkheid of dat besef niet. Dat is precies het verschil dat de mens aanduidt met “intelligentie hebben of niet”. Bij de hond is bepalend wat hem op dat ogenblik als het aangenaamst of het lekkerst overkomt, of wat hem vanuit zijn associatiegeheugen geen vrees aanjaagt en als aangenaam voorkomt.
Associatiegeheugen
De hond heeft een groot associatiegeheugen: hij herinnert zich iets prima als er een uitwendige prikkel is die dat geheugen in werking stelt en een soortgelijk feit doet herinneren. Hij kan dus niet gewild en bewust aan iets terugdenken om er zijn manier van reageren op te bepalen. Het is echter ook mogelijk een associatiereactie uit te lokken door ‘conditionering’, de basis van de gewoontevorming in de opvoeding van de hond. Vandaar dat de hond een ‘gewoontedier’ heet.
Lust- en onlustreactie
Het aangenaam of onaangenaam zijn zal altijd zijn manier van reageren bepalen. Die beïnvloeding van het gedrag, de lust- of onlustreactie, is gevoelsmatig en nooit beredeneerd. Hij zal alleen doen wat hij graag heeft en kan dus alleen egoïstisch ingesteld zijn. Eigenlijk zal hij nooit iets doen om iemand anders, mens of dier, te behagen. Daarop is er één uitzondering: wanneer de hond gedreven wordt vanuit het moederinstinct.
Enkele interessante conclusies
- De hond kan niet kiezen wat hij moet doen; zijn lust- of onlustgevoel bepaalt dat. Zorg er dus voor dat iedere oefening hem aangenaam overkomt (belonen!) en hem via zijn associatiegeheugen geen strafpartij voor de geest brengt die hem afschrikt om te doen wat u van hem wilt.
- De hond kan niet beredeneerd denken. Hij kan dus niet opzettelijk pesten of iemand bewust verraden. Hij maakt zijn bedoelingen vooraf kenbaar door zijn gedrag (hondentaal) en is dus een slechte bedrieger en altijd recht voor de raap.
Hoe beloont u de hond het best?
Voor het leerproces dat de hond doormaakt, is het heel belangrijk dat beloning en straf samengaan. Door alleen maar te belonen, zal de hond nooit weten wat het baasje niet flink vindt. Wie enkel straft en nooit beloont, leert zijn hond enkel bepaalde zaken af, maar ondersteunt niet de goede handelingen van zijn dier. Ideaal wordt een straf, op het ogenblik van de begane fout gegeven, onmiddellijk gevolgd door een helpende hand hoe het wel moet en daarbij direct een beloning. Door dit verschil in ervaring verloopt het leerproces immers sneller.
Belonen is erg belangrijk bij de opvoeding. Er zijn drie gradaties:
De stem
Op de eerste plaats, en door te weinig mensen gebruikt: de stem. Van woorden hoort een hond niets anders dan klanken, maar hij is erg gevoelig (net zoals de mens) voor de manier waarop ze worden uitgesproken. Praat dus op een vriendelijke, zachte toon om uw hond te belonen.
Aaien
Op de tweede plaats kunnen we de hond zachtjes aaien, op de borst kloppen, achter zijn oren krabben. Wees echter niet te uitbundig in uw beloning, anders moet u de hond misschien straffen om hem weer rustig te krijgen. De beloning wordt gedoseerd naargelang het karakter van de hond.
Een snoepje
We kunnen de hond ook belonen met een hondensnoepje. Overdrijf daar echter niet mee: de hond maakt als gewoontedier van dit type beloning snel een ‘voorwaarde’, en we willen zeker geen ‘circushond’ opleiden. Geef uw hond alleen een snoepje bij de voor hem moeilijke oefeningen, en enkel als hij ze correct uitvoert. (Als u later aan wedstrijden wilt deelnemen: daar is de snoepbeloning trouwens verboden.)
Hoe straft u een hond?
Natuurlijk zullen er ook momenten zijn waarop u uw hond moet straffen. Dat doen we altijd op het moment zelf dat uw dier zijn fout begaat. Vergeet niet dat schoppen en slaan uit den boze zijn: de hond begrijpt die ‘mensentaal’ niet en kan er gemakkelijk bang of zelfs agressief van worden. Bewaar bij het straffen steeds uw zelfbeheersing en werk uw woede niet uit op de hond. Bedenk ook, voor u uw hond straft, of het hem wel duidelijk genoeg was gemaakt wat u van hem verlangde.
Ook straffen kan in verschillende gradaties:
De stem
Allereerst weer met de stem. Een ‘foei’ op boze, zware toon kan al voldoende zijn, terwijl u uw hond strak aankijkt en eventueel dreigend over hem heen buigt. Ruikt uw hond ergens aan, bijvoorbeeld bij de oefening voedsel weigeren, dan kunt u hem samen met een boze ‘foei’ een kleine tik op zijn neus geven. Die tik mag geen onbesuisd slaan zijn. U geeft hem met de vinger of de hand en niet met de leiband, halverwege de snuit, niet dicht bij de ogen en ook niet vlak bij de neus.
Correctie
Op de tweede plaats, vooral tijdens het wandelen, is er de correctie: een korte ruk aan de leiband. Die is enkel aan te raden als er met een slipketting gewerkt wordt. Die stropt dan eventjes kort rond de nek van de hond en geeft hetzelfde gevoel als een beet in de nek, een straf die de hond kent uit zijn jeugd. Heel belangrijk is dat de slipketting op de juiste manier wordt gedragen: de ketting loopt vanaf de leiband over de nek van de hond en draait daarna onder de keel terug tot aan de slipring.
Negeren
Als uw hond niet aangelijnd is, kunt u fout gedrag negeren en goed gedrag belonen. Springt uw hond bij thuiskomst tegen u op, dan kunt u zich bijvoorbeeld omdraaien en doorgaan zonder iets te zeggen. Negeren wordt door de hond altijd als een straf ervaren.
Consequentie en geduld
Heel belangrijk bij de opvoeding zijn consequentie en geduld. Consequentie is de belangrijkste regel in de omgang met uw hond: wat u hem eenmaal toelaat, laat u hem altijd toe. Wat u hem eenmaal verbiedt, verbiedt u hem altijd. Wijkt u daarvan af, dan brengt u hem ongetwijfeld in verwarring (bijvoorbeeld de hond soms wel en dan weer niet in de zetel laten, of hem soms wel en dan weer niet tegen u laten opspringen).
Belangrijk is dat u de lijn uitzet en volgens vaste regels straft en beloont. Wees gerust: honden houden van een strenge baas. Wees ook altijd rustig en geduldig. Dat is soms heel moeilijk als uw hond voor de zoveelste keer niet doet wat u van hem verlangde, maar bewaar toch altijd uw zelfbeheersing.
Voor de training
Uitlaten voor de training
Laat uw hond altijd even uit voor u aan de training begint. Dat voorkomt dat hij zijn behoefte doet op het terrein, en uw dier kan zich even uitleven, rustig zijn behoefte doen en zo beter presteren.
Voor wat hoort wat
Als u een oefening aanleert, eis dan van uw hond dat hij ze correct uitvoert voor u beloont.
Eén kort en duidelijk bevel
Geef altijd hetzelfde, korte en duidelijke bevel. Onthoud: een hond verstaat enkel klanken en werkt uit gewoonte.
Geen eten voor de les
Geef uw hond liever niet vlak voor de les eten. Op het terrein wordt er gewandeld, gesprongen en gecorrigeerd. Sommige honden worden wel eens nerveus, en vooral bij een wat grotere hond kan er, als hij niet zo rustig is en springt, een maagtorsie optreden. Dat is een kanteling van de maag rond haar lengteas, waarbij in- en uitgang worden afgesloten. De vertering van het voedsel, met gasvorming, gaat gewoon verder. Na twee tot drie uur is de maag zo opgezwollen dat er bloedingen optreden of dat de maag zelfs barst. Gevolg: de dood. Alleen als u er tijdig in slaagt de dierenarts te bereiken, is er nog een kleine kans. Beter voorkomen dan genezen!