Handige tips over het gedrag en de gezondheid van uw hond

Om u te helpen bij de toch niet zo makkelijke taak, namelijk uw hond degelijk en diervriendelijk opvoeden, hebben wij enkele raadgevingen neergepend. Allereerst wat algemene informatie over het gedrag van uw hond en hoe je het best de hond kan belonen, gevolg door enkele concrete tips naar de training toe. 

 

Tenslotte schotelen we u enkele medische achtergronden voor, die elke hondeneigenaar toch zou moeten kennen. Nu u een hond hebt, is het belangrijk dat er een goede verstandhouding heerst tussen u en uw hond. De hond moet niet alleen u als zijn meerdere erkennen, maar moet het ook fijn vinden om bij u te zijn en dingen voor u te doen. Een angstrelatie hond – baas is zeker af te keuren, maar een ‘gezonde schrik’ of m.a.w. ‘weten waar men aan toe is’ is bij de hond zeker een pluspunt.

1. Het verschil van gedrag bij mens en hond

Het verschil is hoofdzakelijk het andere uitgangspunt dat mens en hond hebben bij het bepalen van de gedragswijze m.a.w. hoe ze zullen reageren op een situatie waarin of waartegenover ze komen te staan.

Bij de mens ligt aan de basis van reactie en gedragsbepaling de “rede”, het “overleg”, het “vooruitplannen”.  Bij de mens is normbepalend of iets overkomt als goed of minder goed, voordeel oplevert of niet, min schaadt of niet. De hond heeft deze overlegmogelijk of dit besef niet. Dit is juist het verschil dat de mens aanduidt met “intelligentie hebben of niet”. Bij de hond is normbepalend, wat hem op dat ogenblik als het aangenaamst of het lekkerst overkomt of wat hem vanuit zijn associatiegeheugen geen vrees aanjaagt en als aangenaam voorkomt.

groep honden voor een roze muur

Associatie geheugen

De hond heeft een groot associatiegeheugen; dit wil zeggen dat hij zich iets prima herinnert indien er een uitwendige prikkel is, die dit geheugen in werking stelt en een soortgelijk feit doet herinneren. Hij kan dus niet gewild en bewust aan iets terugdenken om er zijn manier van reageren op te bepalen. Het is echter ook mogelijk een associatiereactie uit te lokken door ‘conditionering’, die de basis is van de gewoontevorming in de opvoeding van de hond. Vandaar de term dat de hond een ‘gewoontedier’ is.

Lust / onlustreactie

Het aangenaam of onaangenaam zijn, zal altijd zijn manier van reageren bepalen. Deze beïnvloeding van de gedragswijze, m.a.w. de lust / onlustreactie, is dus gevoelsmatig en nooit beredeneerd. Hij zal alleen doen wat hij graag heeft en hij kan dus alleen egoïstisch ingesteld zijn. Hij zal dus eigenlijk nooit iets doen om iemand anders, hetzij mens of dier, te behagen. Hierop is er echter één uitzondering: nl. wanneer de hond gedreven wordt vanuit het moederinstinct.

Enkele interessante conclusies

  • De hond kan niet kiezen wat hij moet doen; zijn lust / onlustgevoel bepaalt dit. Zorg dus dat iedere oefening hem aangenaam overkomt (belonen!) en hem door zijn associatiegeheugen geen strafpartij voor de geest brengt, die hem afschrikt te doen wat u zou willen dat hij doet.
  • De hond kan niet beredeneerd denken, hij kan dus niet opzettelijk pesten of iemand bewust verraden. Hij maakt zijn intenties vooraf kenbaar door zijn gedragswijze (hondentaal) en is dus een slecht bedrieger en steeds recht voor de vuist.

2. Hoe beloon je de hond het best?

Het is voor het leerproces, dat de hond doormoet, heel belangrijk dat beloning en straf samen gaan. Door alleen maar te belonen, zal de hond nooit weten wat het baasje niet flink vindt en iemand die enkel maar straft en nooit beloont, leert zijn hond enkel bepaalde zaken af maar ondersteunt niet de goede handelingen van zijn dier. Ideaal wordt een straf, op het ogenblik van de begane fout gegeven, onmiddellijk gevolgd door een helpende hand hoe het wel moet en daarbij direct een beloning. Door dit verschil in ervaring door de hond, zal het leerproces immers sneller verlopen. 

Belonen is erg belangrijk bij de opvoeding. Hiertoe zijn er drie verschillende gradaties:

De stem

Op de eerste plaats, wat door te weinig mensen wordt gebruikt: de stem! Van woorden hoort een hond niets anders dan klanken, maar hij is erg gevoelig (net zoals de mens) voor de manier waarop ze worden uitgesproken. Praat dus op een vriendelijke, zachte toon om uw hond te belonen.

Aaien

Op de tweede plaats, kunnen we de hond zachtjes aaien, op de borst kloppen, achter zijn oren krabben, enz…. Wees echter ook niet te uitbundig in uw belonen, omdat u de hond anders mogelijk zult moeten straffen om hem rustig te krijgen. De beloning dient gedoseerd te worden al naargelang het karakter van de hond.

Snoepje

We kunnen de hond echter ook belonen met een hondensnoepje. Overdrijf met dit laatste echter niet, omdat de hond als gewoontedier van dit type beloning snel een ‘voorwaarde’ maakt en we willen zeker geen ‘circushond’ opleiden. 

Geef uw hond alleen een snoepje bij de voor hem moeilijke oefeningen en enkel als hij deze correct uitvoert. (Als u later van plan zou zijn aan wedstrijden deel te nemen, is de snoepbeloning trouwens verboden.)

3. Hoe straf je een hond?

Natuurlijk zullen er ook ogenblikken zijn dat u uw hond moet straffen. Dit doen we wel steeds op het moment zelf dat uw dier zijn fout begaat. Vergeet echter niet dat schoppen en slaan uit den boze zijn. De hond begrijpt deze ‘mensentaal’ immers niet en kan er gemakkelijk bang of zelfs agressief van worden. Bij het straffen moet u ook steeds uw zelfbeheersing bewaren en niet uw woede op de hond uitwerken. Bedenk ook, voor u uw hond straft, of het de hond duidelijk genoeg was gemaakt wat u van hem verlangde!

Straffen kan ook in verschillende gradaties:

De stem

Allereerst weer met de stem! Een ‘foei’ op boze, zware toon kan reeds voldoende zijn, hierbij uw hond strak aankijkend en eventueel dreigend over hem heen buigend. Als uw hond ergens aan ruikt, bijvoorbeeld bij de oefening voedsel weigeren, kan u hem samen met een boze ‘foei’ een kleine tik op zijn neus geven. Deze tik mag geen onbesuisd slaan zijn. U geeft hem deze tik met de vinger of de hand en niet met de leiband. Geef deze tik halverwege de snuit, niet dicht bij de ogen en ook niet vlakbij de neus.

Correctie

Op de tweede plaats, vooral tijdens het wandelen, hebben we de correctie. Dit is een korte ruk aan de leiband en is enkel aan te raden indien gewerkt wordt met een slipketting. Deze stropt dan eventjes kort rond de nek van de hond en geeft hetzelfde gevoel als een beet in de nek. Dit is een straf die de hond kent uit zijn jeugd. Heel belangrijk hierbij is dat de slipketting op de juiste manier wordt gedragen. De ketting moet vanaf de leiband over de nek van de hond lopen en daarna onder de keel terugdraaien tot aan de slip-ring.

Negeren

Als je hond niet is aangelijnd kan je fout gedrag negeren en goed gedrag belonen. Als bij thuiskomst je hond tegen je opspringt kan je jou bijvoorbeeld omdraaien en door gaan zonder iets te zeggen. Het negeren van de hond wordt altijd als een straf ervaren.

Consequentie en geduld

Heel belangrijk bij de opvoeding is consequentie en geduld. Consequentie is de belangrijkste regel in de omgang met uw hond; wat u hem éénmaal toelaat, laat u hem altijd toe. Wat u hem éénmaal verbiedt, verbiedt u hem altijd. Als u hiervan afwijkt, brengt u hem ongetwijfeld in verwarring! (Vb.: hond soms wel, dan weer niet in de zetel; hond mag soms tegen u opspringen, dan weer niet, …).

Belangrijk is dat u de lijn uitzet en volgens vaste regel straft en beloont. Wees gerust: honden houden van een strenge baas. Wees ook steeds rustig en geduldig. Dit is soms heel moeilijk als uw hond voor de zoveelste maal niet doet wat u eigenlijk van hem verlangde, maar bewaar toch steeds uw zelfbeheersing.

Uitlaten voor de trainig

Tracht steeds uw hond even uit te laten voor u de training aanvat. Dit voorkomt behoefte op het terrein maar tevens kan uw dier zich even uitleven, rustig zijn behoefte doen en op die manier beter presteren.

Voor wat, hoort wat

Als u een oefening aanleert, eis dan van uw hond dat hij ze correct uitvoert, voor u beloont.

Eenzelfde, kort en duidelijk bevel

Geef steeds éénzelfde, kort en duidelijk bevel. Herinner u, een hond verstaat slechts klanken en werkt uit gewoonte.

Geen eten voor de les

Het is beter om uw hond niet vlak voor de les eten te geven. Op het terrein wordt er gewandeld, gesprongen en gecorrigeerd. Sommige honden worden wel eens nerveus en vooral bij een wat grotere hond kan, als hij niet zo rustig is en springt, een maagtorsie optreden. Dit is een kanteling van de maag rond haar lengteas, waarbij in- en uitgang worden afgesloten. De vertering van het voedsel, met vorming van gas, gaat gewoon verder. Uiteindelijk, na 2 tot 3 uur, is de maag zodanig opgezwollen dat er bloedingen gaan optreden of de maag zelfs barst. Gevolg: de dood! Enkel indien u er in zou slagen bijtijds de dierenarts te bereiken, is er nog een kleine kans. Beter voorkomen dan genezen!!